Dichtkunst in de Noordse Traditie

De Mede

Het mysterie van de Germaanse dichtersmede draait rond enkele sleutels. De twee belangrijkste aspecten zijn MEDE en DICHTKUNST, zoals de uitdrukking ‘de mede der dichtkunst' doet vermoeden. Onder mede verstaan we niet alleen honingwijn, maar ook bier en zelfs alle alcoholische dranken. Onder dichtkunst verstaan we het componeren van poëtische verzen, hoewel hieronder ook welsprekendheid valt.

Het verband tussen beide begrippen is de inspiratie. Deze kracht bemiddelt tussen de wereld van de geest en de wereld van de stof om geïnspireerde verzen voort te brengen. Omdat het innemen van alcohol de toestand van het bewustzijn verandert, ligt daarin de kracht tot het dichten. Drank maakt de tongen los.

Indien alcohol met mate gedronken wordt, werkt het inderdaad inspirerend. Bepaalde mentale remmingen vallen weg die het stromen van de inspiratie verhinderen. Toch blijft het bewustzijn voldoende wakker om zich te beheersen.

Twee nevenaspecten die met het mysterie van de dichtersmede verbonden zijn, zijn de DRINKHOORN en de SYMBEL. De symbel is een ritueel waarbij de drinkhoorn het magische instrument vormt. Zij komt overeen met de Kelk of de Graal uit andere tradities. In dit ritueel staat de mede centraal. De drinkhoorn vormt het vat waarin goddelijke inspiratie en kennis in de vorm van mede vervat zit. Beide aspecten verschijnen in de mythe van de dichtersmede.

Het verhaal van de dichtersmede vormt de mythologische achtergrond van de mysteriën rond de mede. De symbolische handelingen en de magische componenten van de mysteriën krijgen door middel van deze mythe een kader dat voor een geestelijke diepgang vormt. De mythe en de rite zijn elkanders evenbeeld. Zij vormen de esoterische theorie en praktijk van het mysterie van de dichtersmede.

Deze mythe is op twee wijzen tot ons gekomen. In de Havamal verschijnt de dichterlijke vorm van de conversatie tussen Odin en Gunnlod, terwijl Snorri Sturluson in zijn Edda het verhaal in proza heeft uitgeschreven.

Het kernmotief van het verwerven van de dichtersmede bestaat uit de interactie tussen Odin en Gunnlod. Zij zijn dan ook de twee archetypische spelers in de mysteriën van de mede. Gunnlod is degene die de mede bezit en in staat is de eigenschappen ervan door te geven. Odin is de zoeker. Hij wil de krachten of eigenschappen van deze magische mede verwerven.

In de mysteriën wordt dit uitgewerkt in een ritueel tussen Odin en Gunnlod met de overdracht en het drinken van de mede als een symbool van inwijding. Gunnlod belichaamt in de mysteriën de essentiële rol van de WALKURE.

De drinkhoorn werd tijdens de symbel naar Germaanse gewoonte steeds door een vrouw ingeschonken en aangeboden. Zij was vaak een vrouw van stand en werd Dise (ON) of Idise (OHD). Symbolisch belichaamde zij de godin Freyja die in de mythe van Hrungnirs dood als schenkster optreedt.

Analoog met deze Odinsmythe is het verhaal van Sigurd en Sigrdrifa. Sigurd verlangt wijsheid en spreekt Sigrdrifa daarop aan. Zij is een Walkure en biedt Sigurd de hoorn mede aan. Het rituele aspect van de mysteriën wordt in dit verhaal verder uitgediept. Expliciet wordt vermeldt dat de mede met macht en magie gemengd is. Dat heeft Sigrdrifa gedaan met behulp van runen en door het zingen van toverspreuken.

De met macht gevulde drinkhoorn symboliseerde de bron tussen Yggdrasils wortels, die soms Urd, soms Mimir en soms Hvergelmir genoemd werd. In wezen gaat het om drie deelaspecten van dezelfde bron. Deze bron vangt de dauwdruppels op die op Yggdrasils bladeren liggen, en die als gouden mede worden beschreven. Drinkt men van de hoorn, dan neemt men rechtstreeks de heilige mede van de godenwereld tot zich.

De dauwdruppels van Yggdrasils takken symboliseren enerzijds KENNIS en anderzijds ONSTERFELIJKHEID. De hemelse dauw symboliseert het leven in elk wezen. Bovendien bevat elke druppel dezelfde universele, goddelijke kennis. De wereldboom Yggdrasil verbindt alle delen van de kosmos met elkaar.

 

De Dichtkunst

De twee belangrijkste elementen van de Oudnoorse dichtkunst zijn het stafrijm en de kenningen. Stafrijm bestaat uit alliteraties. Zij zijn kenmerkend voor het Germaans rijm en worden in de Oudnoorse dichtkunst consequent en volgens de regels toegepast. Kenningen zijn dichterlijke omschrijvingen van woorden.

Kenningen vinden we vandaag nog terug in ons taalgebruik. Zo spreken we al lachend van ‘gerstenat' in plaats van bier, of spreken we poëtisch over 'waterlanders in plaats van tranen. Goede voorbeelden van hedendaagse kenningen zijn ‘het schip van de woestijn', ‘zwart goud', ‘boekenworm'.

Sporen van het Germaans rijm, of de alliteratie, vinden we nog terug in versteende uitdrukkingen, zoals ‘bont en blauw', ‘hebben en houden', ‘met huid en haar', ‘in kannen en kruiken', enzovoort…

Allitererende uitdrukkingen:

Spreekwoorden (zn+zn):

Spreekwoorden (bn+zn):

Spreekwoorden (+ww):

In woorden:

En verder:

Voorbeelden uit andere talen:

Kenningen

Goden en kenningen

 

home